Home > De ingrepen > Cubitale Tunnel Syndroom

Cubitale tunnel syndroom

Onder cubitale tunnel syndroom wordt een aandoening van de nervus ulnaris of elleboogzenuw, verstaan. Als deze zenuw wordt geïrriteerd is dat meestal ter hoogte van zijn verloop in de elleboog. Daar loopt de nervus ulnaris aan de binnenzijde oppervlakkig en langs een benig uitsteeksel (bekend als het "telefoonbotje") en is daar kwetsbaar voor beschadiging. De aandoening wordt ook wel sulcus nervi ulnaris syndroom genoemd, naar de groeve waarin de elleboogzenuw verloopt.

 

Belangrijke informatie

Nuchterbeleid: indien u deze ingreep ondergaat, dient u nuchter te zijn. Dit betekent dat u zes uur voor de opname niet gegeten heeft en tot twee uur voor opname maximaal een half glas heldere vloeistof drinkt. Bekijk ook de infofiche.

Medicatie: u zet de inname van uw medicatie stop zoals afgesproken met uw behandelend arts. Wees voornamelijk aandachtig wanneer u bloedverdunnende medicatie en/of medicatie voor diabetes inneemt. Bij twijfel kan u de achterkant van uw pre-anesthesievragenlijst consulteren of neemt u contact op met uw behandelend arts.

Preoperatieve documenten: vergeet zeker niet uw pre-anesthesievragenlijst, uw informed consent en eventueel uw preoperatieve onderzoeken mee te nemen naar het ziekenhuis.

Begeleiding: indien u enige vorm van verdoving ondergaat, mag u niet alleen naar huis. U mag ook niet actief deelnemen aan het verkeer. De eerste nacht na de ingreep of behandeling mag u bovendien niet alleen blijven. U dient ervoor te zorgen dat tijdens de eerste nacht steeds een volwassene bij u is.

Indien u bovenstaande voorzorgen niet neemt, zal uw ingreep niet kunnen doorgaan. Het is dus ten strengste aangewezen dat u deze nakomt.


Opname

Meestal wordt u opgenomen de dag van de operatie ’s morgens rond 7u in het dagziekenhuis in Beveren. Dit zal de verpleegkundige neurochirurgie bepalen aan de hand van het operatieprogramma.

WAT BRENGT U MEE?

·         Resultaten bloedafname en electrocardiogram (voor patiënten ouder dan 64 jaar)

·         Identiteitskaart en bloedgroepkaart

·         Eventuele attesten om te laten invullen

·         Preoperatieve vragenlijst ingevuld

·         Informed consent (toestemmingsverklaring chirurgie)

U begeeft zich naar de inschrijvingsbalie en wordt zo begeleid naar de afdeling dagziekenhuis. De afdelingsverantwoordelijke voor de opname zal u een kamer toewijzen. Aan de hand van een vragenlijst wordt de anamnese afgenomen en u krijgt ook een vragenlijst die u moet invullen en tekenen voor de anesthesist.

DAGZ-30.jpg

Ingreep

De ingreep vindt vaak onder loco-regionale verdoving plaats. De bezenuwing van de arm wordt onderbroken en het gevoel in de vingers blijft vaak aanwezig. U voelt dus geen pijn.

De operatie gebeurt onder bloedleegte, dit wil zeggen dat onder een bepaalde techniek het bloed uit uw arm wordt verwijderd. De zenuw ter hoogte van de elleboog wordt vrij gelegd en verplaatst waar hij wat vrijer ligt. Soms wordt ervoor gekozen de zenuw alleen maar vrij te leggen en niet te verplaatsen. De bindweefselband die over de zenuw ligt, wordt dan doorgesneden. De operatie duurt ongeveer een kwartier. Na verbinden van de hand wordt een draagdoek aangemeten.


Post-operatief

Na de operatie wordt u naar de ontwaakzaal gebracht. Hier gaat men een eerste verbandcontrole uitvoeren. Na de operatie wordt er een drukverband aangebracht aangezien de operatie onder bloedleegte gebeurd is. Er moet een controle gebeuren om bloeding uit te sluiten. Nadien wordt u terug naar het dagziekenhuis gebracht waar u nog een tweetal uur verblijft. Hier wordt het wondbuisje dat geplaatst werd tijdens de operatie verwijderd voor u naar huis gaat. Na de operatie mag u eten en drinken, tenzij dit door de anesthesist anders wordt voorgeschreven.

Herstel

Na enkele uren is de verdoving uitgewerkt en kan pijn met een pijnstiller worden bestreden. De vingers en de hand kunnen gewoon bewegen. Rust van de elleboog voor de wondgezing is wenselijk gedurende ongeveer twee weken. De wonde moet droog blijven. Bij overmatige pijn of tekens van wondinfectie dient contact te worden opgenomen met de huisarts of de behandelende neurochirurg.


Contact

Bij vragen of problemen kan u contact opnemen met het secretariaat neurochirurgie op 03 760 21 72