Home > De ingrepen > Anesthesie

Anesthesie

De dienst anesthesie van het AZ Nikolaas zorgt binnen het dagziekenhuis voor de verdovingen tijdens ingrepen in het operatiekwartier, sedatie bij bepaalde onderzoeken en behandelingen en onderzoekt de patiënt tijdens de preoperatieve consultatie om een verdoving op maat te kunnen aanbieden.

 

Belangrijke informatie

Indien u enige vorm van verdoving ondergaat, mag u niet alleen naar huis. U mag ook niet actief deelnemen aan het verkeer. De eerste nacht na de ingreep of behandeling mag u bovendien niet alleen blijven. U dient ervoor te zorgen dat tijdens de eerste nacht steeds een volwassen persoon bij u is.


Preoperatieve consultatie

DSC_0544.jpg

Als voorbereiding op een veilige en verantwoorde anesthesie is het voor vele ingrepen van groot belang dat patiënten op voorhand worden gezien door de anesthesist op de preoperatieve raadpleging. Dit gebeurt op advies van de behandelend arts. De patiënt wordt hier onderzocht en er wordt bekeken of er bijkomende onderzoeken noodzakelijk zijn om de eventuele risico’s tot een minimum te beperken. De patiënt krijgt hier ook een grondige uitleg over het soort anesthesie, over de risico’s alsook over de postoperatieve pijnstilling.

De ervaring, en de wetenschappelijke literatuur, leren ons dat vele patiënten dit als een grote geruststelling zien. Zij krijgen de kans om hun vragen in alle rust te stellen. Het effect van een grondige preoperatieve evaluatie is zelfs groter gebleken dan een preoperatief kalmeermiddel.

U kan een afspraak maken op dinsdag- of woensdagnamiddag. Dit is toegankelijk voor iedere patiënt maar is aangewezen bij patiënten met een lichte of zware aandoening die hun dagelijkse activiteit al dan niet belemmert, maar waarvoor wel medicatie wordt genomen.


Preoperatieve onderzoeken

Om zeker te zijn dat uw ingreep veilig verloopt, wordt voor sommige patiëntengroepen aangewezen enkele preoperatieve onderzoeken te laten uitvoeren. Wanneer u ouder bent dan 65 jaar, zal u steeds een labo-onderzoek en een EKG moeten laten nemen voor de ingreep.

In sommige omstandigheden wordt ook onder de leeftijd van 65 jaar ervoor geopteerd een onderzoek uit te voeren. Deze werden in onderstaande tabel gestructureerd voorgesteld. Uw behandelend arts zal de voor u noodzakelijke onderzoeken voorschrijven.

preop documenten2.png

Algemene anesthesie

Bij een algemene anesthesie wordt het bewustzijn tijdelijk uitgeschakeld. Bij het begin van een algemene narcose zal de anesthesist via een infuus (buisje in een ader) medicatie inspuiten.

In slaap brengen, betekent echter niet pijnvrij maken. Daarvoor zijn pijnstillers nodig die de hersenen onverschillig maken voor pijn. Hiervoor worden medicamenten gebruikt die verwant zijn aan morfine. Vaak wordt ook medicatie toegediend om de spieren te verslappen. Door het verslappen van de spieren zal de chirurg de operatie gemakkelijker kunnen uitvoeren.

Al deze medicamenten zullen echter ook tot gevolg hebben dat de patiënt meestal niet meer voldoende kan ademen. Daarom zal de anesthesist zodra de patiënt volledig bewusteloos is, een buisje in de luchtpijp van de patiënt steken (intuberen). Dat buisje wordt verbonden met een beademingstoestel dat ervoor zorgt dat de patiënt tijdens de operatie toch voldoende zuurstof en eventueel ook anesthesiegassen krijgt toegediend. Tijdens de operatie zal de anesthesist voortdurend de diepte van de narcose, de werking van hart, longen, nieren en hersenen in het oog houden, evalueren en bijsturen daar waar nodig.

DSC_0623.jpg

Een algemene anesthesie bestaat dus uit een combinatie van drie medicamenten: “slaap”medicatie, krachtige pijnstillers en spierverslappers. Daarbij komen dan nog de specifieke maatregelen en medicamenten om het lichaam en de werking van alle organen stabiel te houden.

Tegen het einde van de operatie zal de anesthesist de medicatie die de patiënt bewusteloos maakt en de medicatie voor spierontspanning geleidelijk aan stoppen, zodat de patiënt langzaam terug wakker wordt. Als de patiënt zelf opnieuw voldoende kan ademen, wordt het beademingsbuisje uit de luchtpijp verwijderd.

SEDATIE

Sedatie (ook wel 'roes' genoemd) is een veel lichtere vorm dan algemene anesthesie. U krijgt rustgevende medicatie toegediend zodat u de ingreep, het onderzoek of de behandeling minder bewust ervaart. Het doel van deze verdoving is de procedure zo aangenaam mogelijk te maken voor u. Deze verdoving wordt veelvuldig toegepast bij ingrepen voor cataract, IVF, coloscopie en tandheelkundige ingrepen. De verblijfsduur op het chirurgisch dagziekenhuis wordt hierdoor tot een minimum herleid.


Locoregionale verdoving

EPIDURALE VERDOVING

Een epidurale verdoving of ruggenprik zorgt voor pijnstilling tijdens de operatie. Deze wordt geplaatst door de anesthesist. De anesthesist zal uw rug ontsmetten en lokaal verdoven met een kleine prik. Dit kan een brandend gevoel geven ter hoogte van de insteekplaats. Nadat de huid verdoofd is, zal met een speciale naald de epidurale ruimte worden aangeprikt. Eenmaal de naald ter plaatse is, zal de anesthesist een katheter (plastic buisje) opschuiven doorheen de naald. Daarna zal men de naald verwijderen zodat enkel de katheter ter plaatse blijft in uw rug. Deze wordt vervolgens goed vastgekleefd aan de rug met een verband om te vermijden dat de katheter zich verplaatst. Deze katheter blijft gedurende de operatie in uw rug zitten. Nadat de arts heeft getest of de epidurale katheter goed zit, wordt er verdoving ingespoten. Het duurt ongeveer 10 tot 15 minuten voor de verdoving werkt.

LOCOREGIONALE VERDOVING AAN DE HAND OF ARM

Bij deze techniek wordt medicatie ingespoten rond de zenuwen die naar de arm of de hand lopen. Afhankelijk van de ingreep kan deze inspuiting gebeuren rond het sleutelbeen, in de oksel of ter hoogte van de onderarm. De inspuiting van de medicatie gebeurt zeer gericht met behulp van een echografietoestel en wordt ongeveer een uur voor de ingreep geplaatst door uw anesthesist. Na inspuiting van de medicatie wordt het naaldje verwijderd en zal de arm of de hand geleidelijk aan verdoven. Voor aanvang van de operatie wordt natuurlijk gecontroleerd of de verdoving goed werkt. Tijdens de ingreep zelf kan er desgewenst nog medicatie gegeven worden waardoor u wat doezelt of in een lichte slaap valt (een zogenaamde sedatie). Dit is niet hetzelfde als een algemene anesthesie, maar biedt patiënten die niet alles bewust willen meemaken wel het nodige comfort. Na de operatie blijft de arm, afhankelijk van het type operatie, gedurende kortere of langere tijd verdoofd

LOCOREGIONALE VERDOVING AAN DE SCHOUDER - INTERSCALEEN BLOK

Bij deze techniek wordt een naaldje geplaatst in de hals en wordt medicatie ingespoten rond de zenuwen die naar de schouder en de arm lopen. De inspuiting van de medicatie gebeurt zeer gericht met behulp van een echografietoestel en wordt ongeveer een uur voor de operatie geplaatst door uw anesthesist. Na inspuiting van de medicatie wordt het naaldje verwijderd en zal de schouder geleidelijk aan verdoven. Tijdens de operatie wordt u onder algemene narcose gebracht. Na het ontwaken voelt u echter weinig of geen pijn omdat de schouder dan al verdoofd is. Na de operatie blijft uw schouder, afhankelijk van het type operatie, gedurende kortere of langere tijd verdoofd.

LOCOREGIONALE VERDOVING AAN HET BEEN - FEMORAAL BLOK

Wanneer deze techniek wordt toegepast, wordt een naaldje geplaatst in de lies en medicatie ingespoten rond de zenuw die naar het been loopt. Met behulp van een echografietoestel kan de inspuiting zeer gericht gebeuren en wordt gemiddeld een uur voor de ingreep geplaatst door uw anesthesist. Na de inspuiting wordt het naaldje verwijderd en zal het been geleidelijk aan gevoelloos worden.

U kunt in samenspraak met de anesthesist kiezen voor een spinale anesthesie (ruggenprik) of algemene narcose. Indien u voor een spinale anesthesie kiest, kan er desgewenst nog medicatie gegeven worden waardoor u wat doezelt of in een lichte slaap valt (een zogenaamde sedatie). Dit is niet hetzelfde als een algemene anesthesie, maar biedt patiënten die niet alles bewust willen meemaken wel het nodige comfort. Na de operatie blijft het been, afhankelijk van het type operatie, gedurende kortere of langere tijd verdoofd. Bij sommige operaties wordt gekozen voor een verdoving die meer dan 24 uur werkt.

LOCOREGIONALE VERDOVING AAN DE VOET - POPLITEAAL BLOK

Een naaldje wordt in de kniekuil geplaatst en wordt met medicatie ingespoten. De inspuiting van de medicatie gebeurt zeer gericht met behulp van een echografietoestel en wordt ongeveer een uur voor de ingreep geplaatst door uw anesthesist. Na inspuiting van de medicatie wordt het naaldje verwijderd en zal het onderbeen geleidelijk aan gevoelloos worden. Voor aanvang van de operatie wordt natuurlijk gecontroleerd of de verdoving goed werkt. Tijdens de ingreep zelf kan er desgewenst nog medicatie gegeven worden waardoor u wat doezelt of in een lichte slaap valt (een zogenaamde sedatie). Dit is niet hetzelfde als een algemene anesthesie, maar biedt patiënten die niet alles bewust willen meemaken wel het nodige comfort. Na de operatie blijft de voet, afhankelijk van het type operatie, gedurende kortere of langere tijd verdoofd. Bij sommige operaties wordt gekozen voor een verdoving die meer dan 24 uur werkt.


Medicatiestop

Wanneer het aankomt op uw medicatie, is het belangrijk dat u de richtlijnen van uw behandelend arts opvolgt. Zeker wanneer u bloedverdunnende medicatie neemt of diabetes heeft. U kan geadviseerd worden uw medicatie stop te zetten of te blijven innemen. Beide richtlijnen moeten nauwgezet opgevolgd worden, gezien beide grote gevolgen kunnen hebben. Wees dus voldoende aandachtig.

WEEK VOOR de ingreep

BLOEDVERDUNNENDE MEDICATIE

Indien u bloedverdunnende medicatie neemt, dient u aandachtig te zijn voor de richtlijnen die u van uw behandelend arts hebt gekregen. Indien u de instructies van uw behandelend arts niet naleeft, zal uw ingreep om veiligheidsredenen niet kunnen doorgaan. Neem bij onduidelijkheid contact op met uw behandelend arts of de preanesthesie consultatie.

DIABETESMEDICATIE

Twee dagen voor de ingreep dient u te stoppen met volgende medicijnen, tenzij anders aangegeven door uw behandelend arts:

  • Glucophage

  • Metformine

  • Eucras

  • Metformax

  • Glucovance

  • Janumet

  • Komboglyze

  • Jentadueto

  • Vipdomet

  • Vokanamet

  • Invokana

  • Jardiance

  • Forxiga

  • Xigduo

  • Synjardy

Dag van de ingreep

Op de dag van de ingreep kunnen verschillende medicijnen doorgenomen worden en andere zullen moeten stopgezet worden. Hierin volgt u best de instructies op die u ontvangen heeft van uw behandelend arts. Indien u onzeker bent, neemt u contact op met uw (huis)arts. Indien er nadien nog onduidelijk hierover heerst, kan u contact opnemen met de preanesthesie consultatie.


Nuchterbeleid

Deze richtlijnen gelden voor alle vormen van verdoving : zowel algemene, locoregionale en lokale verdoving als sedatie.

RICHTLIJNEN VOOR DE MAALTIJD:

U eet uw laatste maaltijd 6 uur voor de opname.

Zorg ervoor dat deze maaltijd niet te zwaar is zoals gefrituurd eten of vlees, maar kies voor iets licht verteerbaar als een boterham of toast met confituur.

RICHTLIJNEN VOOR HET DRINKEN:

  • Koemelk en zuivelproducten tot 6 uur voor de opname

  • Poedermelk / flesvoeding tot 6 uur voor de opname

  • Borstvoeding tot 4 uur voor de opname

  • Heldere dranken (water, suikerwater, koffie zonder melk of heldere vruchtensappen) tot 2 uur voor de opname

  • Geen alcohol !

WAAROM MOET U NUCHTER ZIJN VOOR EEN OPERATIE?

Uw maag dient zo leeg mogelijk te zijn om te voorkomen dat er via uw slokdarm zure maaginhoud naar uw luchtwegen zou vloeien. Als u onder narcose wordt gebracht voor een operatie, krijgt u in principe eerst een beademingsmasker op. Eens onder narcose wordt er een beademingsbuisje in uw luchtpijp gebracht. In de korte periode tussen het in slaap vallen en het aanbrengen van de beademingstube kan er zure maaginhoud naar de luchtwegen vloeien. Dat kan in het slechtste geval tot een longontsteking leiden. Tijdens de gewone slaap loopt u dat risico niet omdat uw luchtpijp zich dan in een natuurlijke reflex sluit voor opgerispte maaginhoud. Door de narcose en de spierontspannende medicatie wordt die reflex echter uitgeschakeld. Hoe minder er in uw maag zit, hoe kleiner het risico op terugvloeiend maagvocht. Dat geldt ook voor onderzoeken waarbij een buisje in de slokdarm wordt gebracht. Ook dan bestaat het risico dat er maagvocht in de luchtpijp belandt. 


Contact

Om een afspraak te maken voor een preoperatieve consultatie of voor vragen bij problemen, kan u contact opnemen met het algemeen secretariaat anesthesie op het nummer: 03/760.85.48